Home › Werkplaats › Zelf leren vormgeven
Zelf leren vormgeven: zo pak je het aan
Wij hebben onze eerste labels ontworpen in een tekstverwerker. Dat werkte, min of meer, tot de drukker vroeg om een vectorbestand en wij niet wisten wat dat was. Sindsdien zijn we ervan overtuigd dat een paar dagen gerichte les je maanden gepruts scheelt, zeker als je regelmatig iets nieuws laat maken.
Wat je aan ontwerpvaardigheid hebt als maker
Als je zelf spullen maakt, ontwerp je continu al: kleur, verhouding, materiaal. Het enige wat er meestal ontbreekt is het gereedschap om dat gevoel om te zetten in een bestand dat een drukker of een website aankan. Denk aan patroontekeningen, labels met wasadvies, hangkaartjes, een eenvoudige advertentie, of productafbeeldingen op maat voor je webshop. Dat is werk dat blijft terugkomen, dus het is de moeite om het echt te leren.
Drie programma’s, drie doelen
Het gereedschapslandschap is overzichtelijker dan het lijkt. Voor logo’s, iconen en alles wat scherp moet blijven bij vergroten gebruik je een vectorprogramma, meestal Illustrator. Voor foto’s bewerken en beelden voor je webshop klaarmaken gebruik je Photoshop. Voor alles met meerdere pagina’s of veel tekst, zoals een patroonboekje of een folder, is InDesign het gereedschap. Wie deze drie een beetje beheerst, kan vrijwel elk aanleverbestand maken dat een drukker vraagt.
Wil je ook je eigen website kunnen aanpassen, dan komt daar een tweede spoor bij: begrijpen hoe HTML en CSS werken en hoe een systeem als WordPress in elkaar zit. Je hoeft geen programmeur te worden, maar het verschil tussen zelf een pagina kunnen bijwerken en voor elke komma iemand moeten mailen is in de praktijk enorm.
Wij volgden onze eerste lessen bij De Digitale Academie, die cursussen geeft in grafisch ontwerp, DTP en webdesign, klassikaal in kleine groepen en deels online. Wat voor ons het meeste opleverde was niet de knoppen maar de werkwijze: hoe je een bestand opbouwt zodat je het volgend jaar nog kunt aanpassen.
Klassikaal of online?
Video’s zijn goedkoop en je kunt ze eindeloos herhalen, maar niemand kijkt mee met wat jij verkeerd doet. Klassikale les is duurder en vraagt vaste dagen, en daar zit precies de winst: iemand kijkt over je schouder en corrigeert een gewoonte voordat die vastzit. Een combinatie werkt voor de meeste mensen het beste, met les op locatie en opnamen om thuis te herhalen.
Let bij het kiezen vooral op de groepsgrootte, op de vraag of je je eigen project mag meenemen, en of de software tijdens de les beschikbaar is. Een cursus waarin je aan je eigen labels of webshop werkt levert direct bruikbaar resultaat op in plaats van een mapje oefeningen.
Wat het kost aan tijd, en wat het oplevert
Reken op een aantal dagdelen les plus ongeveer evenveel tijd om thuis te oefenen. Dat is niet niets, maar zet het naast wat je nu uitbesteedt. Een paar keer per jaar labels laten aanpassen, een advertentie laten maken, foto’s laten bewerken: dat loopt op. Bovendien word je een fijnere opdrachtgever, want je weet wat je vraagt en waarom iets tijd kost. Studiekosten die je maakt voor je onderneming zijn daarnaast in veel gevallen aftrekbaar, dus reken de netto kosten uit en niet de prijs op de website.
Beginnen zonder cursus
- Maak je eigen labels na in een vectorprogramma. Precies natekenen leert je veel.
- Leg een map aan met twee kleuren, een letter en je logo, en gebruik alleen die.
- Vraag een drukker om een lijstje aanlevereisen en werk daar naartoe.
- Bewaar altijd het bronbestand, niet alleen de pdf die je opstuurde.
Wil je weten waar het bij drukwerk vaak misgaat, lees dan van huisstijl naar drukwerk. Gaat het je vooral om verkopen, dan is van hobby naar webshop een goed vervolg.